Chaldeeërs in België

Stukje geschiedenis

Of ze zich nu identificeren als Chaldeeërs, Assyriërs of Arameeërs, één zaak hebben ze allemaal gemeen, namelijk hun liturgisch en linguïstisch erfgoed. Het zijn christenen uit het Midden-Oosten (Zuid-Oost Turkije, Irak, Syrië, Iran), die sedert het begin van het christendom het slachtoffer zijn geweest van vervolging en onderdrukking omwille van hun geloof. Na zoveel eeuwen heeft dit ervoor gezorgd dat ze vanaf de 20e eeuw op grote schaal hun thuisland zijn ontvlucht en overal in de wereld een nieuw thuis hebben gevonden.

In hun thuisland waren het christenen, behorende tot de zgn. Syrische (Syriakse) Kerken, maar eens in de diaspora hebben ze meer dan ooit de noodzaak ervaren om naast hun religieuze en kerkelijke identiteit ook hun etnische identiteit naar voren te brengen. Dit kwam doordat men zich wilde profileren als een volk. Men had de behoefte om zich wereldwijd te vertegenwoordigen, zodat men ondanks de diaspora toch nog met elkaar verbonden kon blijven.

Het zijn volkeren die geen scheiding van Kerk en staat hebben gekend, omdat ze als minderheid een Kerk hadden, maar geen staat. Het waren hun kerkelijke leiders die hun belangen verdedigden en over hun rechten hoedden.

Hun zoektocht naar hun etnische wortels heeft in de 20e eeuw echter tot veel discussie geleid waarbij er veel speculatie is geweest over wie hun echte voorvaders waren. Men is etnische linken gaan zoeken met de oude Mesopotamische volkeren zoals de Chaldeeërs, Arameeërs en Assyriërs.

Dit komt niet omdat ze louter op religieus vlak verschilden van de grootmachten waaronder ze geleefd hebben, maar omdat men zich ook niet kon associëren op taalgebied. Ze spreken namelijk een taal die eigen was aan hen en geen verband had met de talen van de grootmachten (Perzen, Arabieren, Ottomanen, Turken), maar wel met die van de oude Mesopotamische volkeren.

Ze zijn dus wel degelijk de voortzetters van deze Mesopotamische volkeren, maar wetenschappelijk kan men heden onmogelijk aantonen of ze zuivere afstammelingen zijn van enkel van één van deze volkeren. Dit heeft onderling op wereldniveau voor veel debat en onenigheid gezorgd en is in feite een politiek-etnisch-religieuze twist geworden waarover geen consensus is bereikt.

Puur theoretisch mogen we stellen dat Chaldeeërs behoren tot de Chaldeeuws-Katholieke Kerk die in unie is gegaan met de Kerk van Rome, met behoud van haar eigen ritus. Assyriërs behoren grotendeels tot de Assyrische Kerk van het Oosten en deels ook tot de Oude Kerk van het Oosten en enkele protestante kerkgemeenschappen. Arameeërs behoren tot de Syrisch-Orthodoxe en Syrisch-Katholieke Kerk. Naast deze Kerken zijn er nog enkele andere aftakkingen die tot de Syrische Kerken behoren, zoals de Maronitische Kerk, de Melkitische Kerk etc.

Het is echter zo dat er in het begin van de 20e eeuw nationalisten waren die één naam wilden plakken op al deze groepen, namelijk de Assyrische benaming. Een benaming die terug in gebruik is gekomen na archeologische opgravingen in Noord-Irak, waarbij er spectaculaire zaken van het oude Assyrische Rijk ontdekt zijn (midden 19de eeuw).

Deze benaming werd op grote schaal gepropageerd en is door vele van deze christenen aanvaard geweest en werd vooral gebruikt door de Chaldeeuwse Nestorianen (christenen van de Kerk van het Oosten die niet katholiek waren geworden). Later heeft de niet-katholieke aftakking van de Kerk van het Oosten
de benaming Assyrisch overgenomen. De Chaldeeuwse benaming, die officieel terug in gebruik is genomen sedert de 15e eeuw, verloor haar nationaal karakter hierdoor en is men enkel nog blijven gebruiken voor de katholieke christenen van de Chaldeeuwse Kerk.

De Aramese benaming is voornamelijk gebruikt door de christenen van de Syrisch-Orthodoxe Kerk als reactie op het Assyrisch nationalisme, maar heeft ook in grote mate geschiedkundige redenen.

Het zijn wel degelijk etnische benamingen/identiteiten van de oude Mesopotamische volkeren. Vandaag bestaan alle drie benamingen naast elkaar en zal helaas geen een van de drie kunnen dienen om al deze groepen te benoemen. Simpelweg omdat ze niet door elkaar aanvaard worden.

 

Situatie Mechelen, Brussel en Antwerpen.

Algemeen

In Mechelen en omstreken is dit verhaal niet anders. De mensen die we vandaag kennen als Assyriërs zijn in grote mate Chaldeeërs en Arameeërs/Syrisch-Orthodoxe. in België zijn er nauwelijks Assyriërs die tot de Assyrische Kerk behoren.

In de praktijk daarentegen identificeren ze zich als Assyriërs omwille van de bekendheid van de term of omwille van de overtuiging dat ze etnische Assyriërs zijn van het oude Assyrische Rijk (Assyrisch nationalisme 20e eeuw). Vele Chaldeeërs identificeren zich in hun moedertaal als ‘Keldayé’ (=Chaldeeërs), maar in het Nederlands als Assyriërs. Om maar een idee te geven van de aantrekkingskracht van het Assyrisch nationalisme.

Er wordt vaak de theorie gebruikt dat ‘Chaldeeuws’ een religieuze stroming is en men Assyrisch is op etnisch vlak. Een theorie die niet gefundeerd is en ook deel uitmaakt van de Assyrische propaganda. ‘Chaldeeuws’ is namelijk geen godsdienst, maar zoals hierboven vermeld ook de identiteit van een oud volk uit Mesopotamië. Deze term werd gebruikt als nationaal label voor de christelijke minderheidsgroep in Mesopotamië die de Kerk van het Oosten vormde. Geschiedkundige redenen lagen aan de basis voor het officieel weder in gebruik nemen van deze etnische identiteit.

 

Kerkelijk

In Mechelen zijn er vandaag twee Chaldeeuws-Katholieke parochies. Ze vieren hun misvieringen in de Sint-Pieter-en-Paulkerk en in de Sint-Libertuskerk.

Tot de Chaldeeuwse parochie van de Sint-Pieter-en-Paulkerk behoren voornamelijk katholieke christenen vanuit het dorp Hessana (Turkije) en deze parochie wordt geleid door priester Suleyman Oz.

Tot de Chaldeeuwse parochie van Sint-Libertus behoren de katholieke christenen vanuit de dorpen Herbul, Geznakh en Bespin (Turkije) en deze parochie wordt geleid door priester Idris Emlek.

Het wordt vanuit de Chaldeeuwse Kerk betwist dat er twee Chaldeeuwse parochies dienen te zijn in Mechelen en nog meer dat deze verdeeld worden over de voormalige christelijke dorpen, wat op zich niet bevorderend is. Vóór 2005 was dit niet het geval en was er maar één Chaldeeuwse parochie in de Sint-
Pieter-en-Paulkerk, geleid door Mgr. Antun Göral. Hiertoe behoorden al de katholieke christenen afkomstig van Herbul, Hessana, Geznakh en Bespin.

In 2005 heeft de Chaldeeuwse Kerk priester Suleyman Oz vanuit Marseille naar Mechelen overgebracht om aldaar de Chaldeeuwse parochie te leiden. Op deze manier is er echter naast de Chaldeeuwse Sint-Pieter-en-Paul parochie een bijkomende Chaldeeuwse parochie gesticht, wat initieel niet de bedoeling was. In feite is dit de eerste verdeeldheid die gecreëerd is geweest binnen de Chaldeeuwse gemeenschap in Mechelen. Priester Suleyman Oz, een priester uit het dorp Hessana, leidde vanaf deze periode de Chaldeeuwse parochie in de Sint- Katelijne Kerk, waartoe voornamelijk de christenen uit Hessana behoren.

De Chaldeeërs uit Herbul, Geznakh en Bespin hebben hun parochie verder gezet, onder leiding van priester Antun Göral, die ook de Chaldeeuwse parochies leidde in Brussel (voornamelijk Chaldeeërs uit het dorp Bespin/Turkije) en in Antwerpen (voornamelijk Chaldeeërs uit Geznakh/Turkije). In Mechelen is er dan onder leiding van priester Antun Göral ook een Chaldeeuws gemeenschapshuis gesticht in 2005, namelijk de ‘Vereniging van de Chaldeeuwse Kerk’ (Nekkerspoelstraat). Deze staat bekend als het gemeenschapshuis van de dorpelingen uit Herbul, Geznakh en Bespin die in Mechelen leven.

In 2010 is er een Chaldeeuwse priester gewijd, afkomstig uit het dorp Herbul, Idris Emlek. Hij heeft de parochie van Sint-Pieter en Paul verder gezet in samenwerking met priester Antun Göral. Wegens renovatiewerken van de Sint- Pieter-en-Paulkerk is deze parochie verhuisd naar de Sint-Libertus Kerk. Priester Idris Emlek is aangesteld geweest voor de stad Mechelen, ondanks dat priester Suleyman Oz dit ook was sedert 2005. Na het beëindigen van de renovatiewerken in de Sint-Pieter-en-Paulkerk is de parochie van Suleyman Oz in de Sint-Katelijne Kerk verhuisd naar de Sint-Pieter-en-Paulkerk.

Omwille van de ouderdom en gezondheidsredenen is men vanaf 2012 vervanging beginnen zoeken voor priester Antun Göral voor de parochies Brussel en Antwerpen. In 2012 is er voor de stad Antwerpen een nieuwe priester aangeduid, namelijk pater Paulus Sati. Hij heeft de parochie in Antwerpen verder gezet.
Voor de Chaldeeuwse parochie in Brussel heeft men priester Musa Yaramis aangeduid, die reeds jaren hiervoor tot priester gewijd was voor België maar omwille van persoonlijke redenen zijn priesterambt enkele jaren op inactief had gezet.

Vanaf 2012 heeft men in België dus vier aparte Chaldeeuwse parochies, elk geleid door een andere priester. In Mechelen zijn dat er twee gebleven. Reden dat beide priesters in Mechelen zijn aangebleven was de onenigheid tussen de christenen uit Herbul en Hessana. Op deze manier zijn de Mechelse parochies verdeeld gebleven op vlak van het dorp waaruit men afkomstig was. Priester Antun Göral is uiteindelijk in november 2013 gestorven.

Los van de Chaldeeuwse christenen uit Turkije (Herbul, Geznakh, Bespin en Hessana) zijn er ook aanzienlijk veel Chaldeeuwse en Aramese christenen uit Irak en Syrië die ook behoren tot de verschillende Chaldeeuwse, Syrisch-Orthodoxe en Syrisch-katholieke parochies in België.

Buiten de twee Chaldeeuwse parochies in Mechelen is er sinds enkele jaren nog een derde parochie ontstaan in Mechelen, namelijk de Assyrisch Christelijke Gemeenschap Beth-El. Deze parochie behoort niet rechtstreeks tot een Kerk, maar heeft haar eigen autonomie en visie. De benaming Assyrisch is hier
gekozen omwille van de bekendheid van de term en de overtuiging en niet omdat deze behoort tot de Assyrische Kerk van het Oosten. Deze parochie heeft een eigen kerk, die ook dient als gemeenschapshuis (Hertstraat). De mensen die hiertoe behoren zijn voornamelijk christenen uit Hessana. Los van de bovengenoemde parochies in Mechelen is er ook een aanzienlijk deel christenen uit Hessana die protestants zijn.

 

Gemeenschapshuizen

Naast het Chaldeeuws gemeenschapshuis van de Sint-Libertus parochie en het Assyrisch gemeenschapshuis van Beth-El (Huis van God) zijn er nog twee andere: Beth Hessana en Vlaams-Assyrisch Huis. Beth Hessana focust zich op de bredere gemeenschap met respect voor de Assyrische, Chaldeeuwse en Aramese identiteiten. Hun hoofdactiviteit is voedselbedeling.

Vlaams-Assyrisch Huis (Generaal de Ceuninckstraat) is een initiatief van een negental christenen uit Hessana, gebaseerd op een clansysteem van het dorp Hessana.

 

Verenigingen

Hierboven hebben we het gehad over de gemeenschapshuizen, waar telkens een vereniging aan gekoppeld is. Er zijn nog andere verenigingen actief in België, die los staan van de bestaande gemeenschapshuizen.

ACOM is een vereniging die echter al sinds 1994 bestaat. Deze vereniging is gesticht onder de naam ATOR (neo-Aramees voor Assyria). Daar deze vereniging bedoeld was voor de ganse gemeenschap in Mechelen (dorpelingen uit Hessana, Herbul etc.) hebben er dorpelingen uit Herbul geijverd om de naam te wijzigen naar ACOM (Assyrische-Chaldeeuwse Organisatie Mechelen). Dit heeft ervoor gezorgd dat de Assyrisch gezinde personen (dorpelingen uit Hessana) uit deze vereniging zijn gestapt en de vereniging een slapende vzw is geworden die zich

nog wel heeft ingezet op administratief vlak. Sinds 2015 is de vereniging terug actief geworden en heeft het omwille van de uitsluiting van de Chaldeeuwse naam haar naam veranderd naar ‘Actief Chaldeeuwse Organisatie Mechelen’. ‘Chaldean League Belgium’ is een internationaal overkoepelende Chaldeeuwse
organisatie die gesticht is op initiatief van de Chaldeeuwse Kerk onder leiding van de patriarch Louis Raphael I Sako. De hoofdzetel bevindt zich in Irak en in alle landen met grote Chaldeeuwse gemeenschappen is er een filiaal (in sommige landen zijn er meerdere filialen) van de Chaldeeuwse Liga.

 

Verwarring over de benamingen

Zoals eerder vermeld, is er in België geen Assyrische parochie behorend tot de Assyrische Kerk van het Oosten.

Toch is men deze benaming ook gaan hanteren voor de Chaldeeërs en de Arameeërs, als gevolg van het Assyrisch nationalisme. Het Assyrisch nationalisme is in België voornamelijk in Mechelen gepropageerd geweest. Deze propaganda is vaak door personen met politieke belangen gevoerd, met gebrek aan respect voor de bestaande kwetsbare identiteiten.

De Assyrische benaming is zodanig gepropageerd in de Nederlandstalige gebieden (Antwerpen-Mechelen) dat deze een grote bekendheid geniet in deze steden. De tegenstrijdigheid van deze benaming is echter groot, want Chaldeeërs identificeren zich in de moedertaal als Chaldeeër (Keldaya) en niet als Assyriër (Atoraya).

Het merkwaardige is dat de Chaldeeuwse gemeenschap in Brussel zich, zowel in haar moedertaal als in het Frans (Chaldéen), identificeert als Chaldeeër. Vele dorpelingen uit Hessana zijn zich echter in hun moedertaal ook beginnen identificeren als Assyriër (Atoraya), hoewel ze dit in Turkije nooit deden. De
naam ‘Chaldeeuws’ is in Hessana nooit echt populair geweest, omdat dit voornamelijk gelinkt werd aan de Katholieke Kerk en er in dit dorp sprake was van zowel katholieken als protestanten (invloed van de protestantse missionarissen in de 18e eeuw). Er is zelfs een periode geweest dat er drie priesters in het dorp aanwezig waren: een Syrisch-Orthodoxe, een Chaldeeuwse en een protestantse priester.

De Assyrische propaganda heeft de dorpelingen uit Herbul en Geznakh de afgelopen jaren zodanig beïnvloed dat ook hier mensen zich in hun moedertaal zijn beginnen identificeren als Assyriër met de overtuiging van de valse bovenvermelde theorie, die een onderscheid maakt op religieus en etnisch vlak.
Dit allemaal maakt dat de reeds kwetsbare identiteit van de Chaldeeërs nog kwetsbaarder wordt en dat het haar waarde dreigt te verliezen.

De toekomst van de Chaldeeuwse identiteit ligt echter in de handen van de Chaldeeërs zelf. Het is dan ook aan hun om terug de juiste waarde te hechten aan hun identiteit en deze te bewaren, met respect voor de andere identiteiten.

 

Naamconflict oosterse christenen

Inleiding

Sedert eind 19e eeuw worden de christenen uit het oude Mesopotamië, zoals Chaldeeërs, Arameeërs, Assyriërs etc., geconfronteerd met naamconflicten die tot op heden hebben voortgeduurd.

Deze naamconflicten zijn steeds het gevolg geweest van schisma’s en de disputen binnen dit kader zijn in de 20e eeuw van een religieus-historische achtergrond geëvolueerd naar een etnisch-historische achtergrond.

Het is hierbij belangrijk om te weten dat men moeilijk kan bewijzen dat een volk van vandaag een zuivere rechtstreekse link heeft met een historisch volk van meer dan 2000 jaar geleden en vooral wanneer er in het verleden andere benamingen zijn gehanteerd voor het betreffende volk van vandaag.

Om een dergelijk verband te kunnen bewijzen gaat men beroep doen op geschiedkundige bronnen. Sommige geschreven bronnen zijn echter niet altijd gebaseerd op neutraliteit en voeden mensen met overtuigingen die niet overeenstemmen met de waarheid.

Dit zorgt ervoor dat geschiedkundige bronnen elkaar vaak tegenspreken en er op die wijze disputen ontstaan. In het kader van het naamconflict tussen de oosterse christenen uit Mesopotamië is dit niet anders.

Het feit is dat een dispuut altijd twee versies heeft, namelijk de versie van de ene partij en de versie van de tegenpartij.

En hoewel er in dit verhaal geen volledige consensus bestaat onder de historici is het aangeraden om alle versies te bekijken, want elke versie heeft een achtergrond. Wanneer men deze achtergrond kent, dan kan men ook de motieven begrijpen en het verhaal in de juiste context plaatsen.

De boodschap hier is dat men dit naamconflict vanuit een neutrale en overzichtelijke positie in zijn volledige context dient te bekijken en zich niet louter baseert op één bron, die mogelijk geen neutraal karakter heeft.

In dit artikel focussen we ons op de benamingen Assyriërs en Chaldeeërs.

 

Religieuze benamingen

 

Sedert het christendom is ontstaan leefden de christenen uit het tweestromenland onder het bewind van andere niet-christelijke grootmachten, zoals de Perzen, de Arabieren en de Ottomanen.

Wanneer er bevolkingsgroepen onder deze grootmachten leven die verschillen van taal, cultuur of godsdienst dan spreekt men van etnische minderheidsgroepen, al dan niet op numeriek vlak.

Een logisch gevolg hiervan is dat deze bevolkingsgroepen worden benoemd naar hetgeen waarin ze verschillen. In het geval van de Mesopotamische christenen was dit hun geloof en taal, want sedert het christendom zijn zij bestempeld als Syrisch-sprekende christenen (Syrians <-> Suraye), waarbij Syrisch slaagt op de liturgische taal van de Kerken waartoe deze christenen behoren en niet, zoals velen logischerwijze gaan denken, op het hedendaags land Syrië.

Dit onderscheid werd door de betreffende grootmachten gemaakt zonder belang te hechten aan de etnisch-historische afkomst van deze christelijke bevolkingsgroep.

Vanuit dat vertrekpunt zijn er meerdere religieuze benamingen ontstaan naar aanleiding van schisma’s binnen het christendom. Hierdoor is de etnische identiteit van deze bevolkingsgroep als het ware verdwenen uit de geschiedenisboeken.

 

Etnische benamingen

 

Als we oordelen dat de Mesopotamische christenen sedert het christendom bekend stonden als Nestorianen, Jacobieten, Syriërs etc. en aldus bestempeld werden, dan kunnen we alvast de religieuze achtergrond verklaren, maar nog niet de etnische achtergrond van deze bevolkingsgroep.

Dat de Mesopotamische christenen zichzelf in de eeuwen na Christus niet hebben bekommerd om hun etnische identiteit heeft veel te maken met hun bekering tot het christendom en de daaropvolgende ontwikkelingen.

Elke persoon heeft echter naast een religieuze identiteit ook een etnische identiteit, dus volgt er de terechte vraag ‘wie zijn wij?’. Een vraag waarop we in de 20e eeuw veel antwoorden hebben gekregen, misschien zelfs te veel in die zin dat het een eindeloos debat is geworden.

De etnische benamingen Chaldeeërs, Arameeërs en Assyriërs hebben heden een religieuze achtergrond, maar zijn ook onlosmakelijk verbonden aan een historische achtergrond.

De drang van de christenen uit Mesopotamië om hun identiteit terug een etnische toets te geven heeft veelal te maken met hun diaspora.

Men heeft meer dan ooit de neiging om zich te profileren als een etnisch volk om zich wereldwijd te kunnen vertegenwoordigen.

Men beseft ook dat men niet afstamt van de grootmachten waaronder ze meer dan tweeduizend jaar geleefd hebben en zijn dan ook op zoek gegaan naar hun historische wortels.

Hun zoektocht heeft vandaag de dag echter geleid tot een debat waarover wereldwijd geen consensus is bereikt. Een debat dat in grote mate beïnvloedt is geweest door het ‘Assyrisch nationalisme’[1] van de 20e eeuw.

 

Nestorianen en Jacobieten

 

Nestorianen (Nestornayé)

De christenen van de Kerk van het Oosten, destijds bekend als de Nestorianen, zijn in feite nooit echt Nestoriaans geweest[2].

Nestorius, was een 5de-eeuwse patriarch van Constantinopel en werd omwille van zijn christologische opvattingen afgezet en verbannen.

De Kerk van het Oosten volgde sedert de 5e eeuw reeds grotendeels de christologische opvattingen van Theodore van Mopsuestia, beter gekend als het duofysitisme. De visies van Nestorius leunden hierbij aan en daardoor werden de christenen van de Kerk van het Oosten bestempeld als Nestorianen. Een “ketterse” benaming waar zij het toen niet moeilijk mee hadden.

Zodus is de benaming Nestoriaans van een religieuze bijnaam geëvolueerd naar een benaming van een christelijke bevolkingsgroep. Deze benaming heeft dus geen enkele etnische achtergrond.

 

Jacobieten (Jakobayé)

Net zoals de benaming Nestoriaans is de benaming Jacobiet een religieuze benaming, die geen etnische achtergrond heeft.

  1. De Jacobiete christenen waren christenen die de leer volgden van Jacobus Baradaeus, metropoliet van Edessa en grote verdediger van het myafystisme.

Ook deze benaming is een gevolg van christologische verschillen binnen de Kerk. De Jacobieten zijn heden gekend als de Syrisch-Orthodoxe en Syrisch-Katholieke christenen.

 

Chaldeeërs (Keldayé)

 

Er wordt vaak gezegd dat de benaming Chaldeeërs een religieuze benaming is voor de christenen van de Kerk van het Oosten die zich geünieerd hebben met de Kerk van Rome in de 15e eeuw.

Gelet op wat reeds vermeld is in dit artikel, kan men vaststellen dat deze stelling niet kan kloppen.

De Chaldeeërs die zich destijds geünieerd hadden met Rome zijn katholiek geworden met behoud van hun eigen ritus, namelijk de ritus van de Kerk van het Oosten.

Moest Chaldeeuws een religieuze stroming zijn, dan zou het verbond met de Kerk van Rome nooit hebben bestaan.

Hetgeen wat er in feite gebeurd is bij dit verbond met Rome is dat de Chaldeeërs de concilies hebben aanvaard, die destijds het christologisch struikelblok hebben gevormd tussen de Kerk van Rome en de Kerk van het Oosten.

Men kan dus niet zeggen dat de Chaldeeërs in de 15e eeuw bij dit verbond met Rome op religieus vlak Chaldeeuws zijn geworden.

Men kan evenmin zeggen dat de Chaldeeërs zich bekeerd hebben tot een bepaalde ‘Chaldeeuwse stroming’, want Chaldeeuws verwijst naar de identiteit van de Chaldeeërs uit Mesopotamië en niet naar een 15e-eeuwse religieuze stroming, zoals men durft beweren.

Een simpel gegeven dat dit kan verduidelijken is het feit dat als Chaldeeërs synoniem is voor katholieke christenen, dan zouden er voor Christus al katholieke christenen zijn, wat onmogelijk is.

Een feit is dat het verbond met Rome in de 15e eeuw wel degelijk een splitsing van de Kerk van het Oosten met zich heeft meegebracht. Men had vanaf die periode enerzijds nog de ‘Nestoriaanse’ of beter geformuleerd de ‘niet-katholieke’ tak van de Kerk van het Oosten en anderzijds de Katholieke Kerk van het Oosten.

Belangrijk om hier te weten is dat de Nestoriaans gebleven christenen bestempeld werden als Chaldeeuwse Nestorianen en de katholieke bekeerlingen als Chaldeeuwse Katholieken. Dit alleen bevestigt dat de benaming Chaldeeuws een volksidentiteit was van de christenen van de Kerk van het Oosten en niet een religieuze identiteit.

Geschiedkundige redenen lagen aan de basis van de keuze om de naam Chaldeeërs officieel terug in de geschiedenisboeken op te nemen.

De hoofdzetel van de Kerk van het Oosten was oorspronkelijk gevestigd nabij het vroegere Babylonië, in Seleucia-Ctesiphon. Er was in dit gebied dan ook een aanzienlijke christelijke bevolking.

Chaldeeërs hadden geografisch echter geen land meer bestuurd sedert 539 v.C. en de grootmachten zoals Perzen, Arabieren en Ottomanen hadden altijd nationalistische gevoelens van minderheidsgroepen onderdrukt, hierdoor is de naam ‘Chaldeeërs’ niet verder opgenomen in de geschiedenisboeken. Ze werden samen met andere volkeren die zich bekeerd hadden tot het christendom voortaan bestempeld als christenen, een minderheidsgroep onder de grootmachten. Als gevolg hiervan is het etnisch karakter van de Chaldeeuwse identiteit grotendeels opgegaan in een religieus (christelijk) karakter.

Chaldeeërs werden ook gelinkt aan “magie” of meer bepaald “hekserij”, omdat ze veel bezig waren met astrologie. Deze associatie heeft de benaming Chaldeeërs een negatieve achtergrond gegeven.

Men kon echter niet zomaar vaststellen dat de ‘neo-Aramees-sprekende’ christenen uit Mesopotamië geen verwantschap zouden kunnen hebben met de oude Mesopotamische volkeren, daar ze een taal spraken die rechtstreeks kon gelinkt worden met hun Mesopotamische voorouders.

Chaldeeërs hebben dan ook geen enkele verwantschap met de grootmachten (Perzen, Arabieren, Ottomanen) waaronder ze meer dan tweeduizend jaar geleefd hebben en werden logischerwijze in verband gebracht met de Chaldeeërs uit het oude Mesopotamië.

Assyriërs (Atorayé)

 

Vaak hoort men dat de oosterse christenen etnische Assyriërs zijn en louter Chaldeeuws van geloof. De waarheid wordt veel oneer aangedaan als we deze stelling dreigen te geloven. Deze uitspraak is een gevolg van het 20e-eeuws Assyrisch nationalisme en dient enigszins genuanceerd te worden.

Het moderne gebruik van de benaming Assyriërs heeft een geografische en archeologische achtergrond in plaats van een etnische achtergrond zoals velen hedendaags denken.

Het opnieuw in gebruik nemen van de benaming Assyriërs is het gevolg van archeologische ontdekkingen in de 19e eeuw. In 1840 werden er in het gebied van Mosul-Nineveh Vlaktes in Irak archeologische opgravingen gedaan[3]. Hierbij werden er spectaculaire ontdekkingen gedaan en werd de naam Assyriërs in dat gebied zeer aantrekkelijk.

De christenen van Mosul-Nineveh wisten ook vanuit de Bijbel dat ze leefden in het gebied dat ooit Assyrië was en dit gebied werd dan ook om geografische redenen ‘Ator’ genoemd, neo-Aramese vertaling van Assyrië. De Arabieren noemden dit echter Al-Mawsil[4].

De Chaldeeuwse Nestorianen van de Kerk van het Oosten, die niet bekeerd waren tot het katholicisme, werden in deze periode heilig overtuigd dat ze Assyrisch waren.

De Britten hebben hier een zeer grote rol gespeeld[5], niet alleen met de archeologische opgravingen die men had gedaan, maar ook met de missie van de Anglicaanse Kerk naar de ‘Nestoriaanse’ christenen. Ze noemden hun missie ‘missie naar de Assyrische christenen’, omdat de benaming Nestorianen in tegenstelling tot Assyriërs niet bekend was bij de westerlingen en Nestoriaans een negatieve achtergrond had.

Gaandeweg werd de term Assyriërs gebruikt door de ‘Nestoriaans’ gebleven christenen van de Kerk van het Oosten. Vanaf de twintigste eeuw werd deze term zodanig gepropageerd door nationalistische Chaldeeuwse Nestorianen dat deze een grote bekendheid heeft verworven.

De Kerk van het Oosten der Assyriërs is in 1976 ontstaan na een splitsing van de Nestoriaans gebleven Kerk van het Oosten. Deze splitsing was het gevolg van een religieuze twist. Vanaf dan was er enerzijds de ‘Oude Kerk van het Oosten’ en anderzijds de ‘Kerk van het Oosten der Assyriërs’.

 

 

Assyro-Chaldeeërs

 

De benaming Assyro-Chaldeeërs is een verzamelterm voor Assyriërs en Chaldeeërs en wordt hedendaags voornamelijk gebruikt om de Chaldeeuwse gemeenschap in Parijs te benoemen.

Assyro-Chaldeeërs slaagt dus in feite op de twee betreffende gesplitste bevolkingsgroepen en is geen vertegenwoordiging van nog een derde groep, wat velen zouden denken.

Deze term voedt echter voor velen de foutieve theorie dat ‘Assyro’ voor de etniciteit staat en ‘Chaldeeërs’ voor de religie.

Ook deze foutieve theorie is een onderdeel van de 20e-eeuwse Assyrische propaganda en berust noch op historische, noch op religieuze bronnen.

Het is overigens nogal een niet logisch klinkende theorie, want dan zouden de christenen die tot de Assyrische Kerk van het Oosten behoren, benoemd moeten worden als zijnde de Assyro-Assyriërs, wat niet het geval is.

Ondanks dat men met de benaming Assyro-Chaldeeërs een verenigde benaming wil hanteren is men er zich echter zelden van bewust dat men hiermee andere oosters-christelijke bevolkingsgroepen uitsluit, zoals de Aramese (Syrisch-Orthodoxe en Syrisch-Katholieke), Melkitische, Maronitische etc.

Ook deze oosters-christelijke bevolkingsgroepen delen in grote mate dezelfde historische achtergrond en hebben het recht opgenomen te worden in een verzamelterm voor de Mesopotamische christenen.

 

 

[1] Frahm, E., A companion to Assyria, chapter 32: Assyrian Christians (by Butts Michael Aaron), John Wiley & Sons Ltd, Yale University, New Haven, US , 2017.

[2] Wilmshurst, D., The Martyred Church, A History of the Church of the East, East & West Publishing Ltd, Londen, 2011, 522 pagina’s.

[3] Layard, A.H., Nineveh and its remains, The gripping journals of the man who discovered the buried Assyrian cities, Skyhorse Publishing, New York, 2013, 528 pagina’s (origineel gepubliceerd door John Murray (Londen) in 1849).

[4] Jozeph, J., The Modern Assyrians in the Middle East, Encounters with Western Christian Missions, Archaeologists, and Colonial Powers, Brill, Leiden, Boston, Keulen, 2000, 291 pagina’s.

[5] Wigram, W.A., The Assyrians and their Neighbours, G.Bell & Sons, Londen, 1929, 247 pagina’s.

Suraye betekent niet Ashuraye

Inleiding

 

De theorie dat de neo-Aramese term ‘Suraye’ van de Akkadische term ‘Ashuraye’ komt en ze dus synoniemen zijn, is een veelgebruikte theorie om te overtuigen dat de christenen uit het Midden-Oosten, vaak gekend als ‘Suraye’ (Syriac), etnische afstammelingen zijn van de oude Assyriërs.

We omschrijven dit bewust als een ‘theorie’, want dit is in feite nooit bewezen, omdat het simpelweg niet bewezen kan worden.

Het is ook zeer merkwaardig welke middelen er gebruikt worden om deze theorie “aanvaardbaar” te maken. Men gaat zo ver dat de geschiedenis, zoals deze vandaag gekend en aangenomen is, overhoop wordt gehaald om opnieuw geschreven te worden met dergelijke nieuwe theorieën. Vaak gaat dit gepaard met gebrek aan respect voor volksidentiteiten en historische feiten.

 

Herkomst benaming ‘Suraya’ voor de christenen van het Midden-Oosten

 

De herkomst van deze benaming vindt men terug op kerkelijk-geografisch gebied.

‘Suraye’ of ‘Syriërs’ is een term die gebruikt wordt om te verwijzen naar de christenen uit het Midden-Oosten die behoren tot de Syrisch-Liturgische Kerken,  waarbij ‘Syrisch’ op het geografische ‘Syrië’ slaagt. Deze christenen gebruiken deze term zelf ook zeer vaak als verwijzing naar christenen in het algemeen.

Dit wil niet zeggen dat al de ‘Suraye’ afkomstig zijn uit het geografische land ‘Syrië’, want de christenen uit Beth Nahrain (= Mesopotamië) worden ook ‘Suraye’ genoemd, omdat zij ongeacht hun etniciteit ook deel uit maken van het Syrisch liturgisch erfgoed.

In feite horen deze ‘Suraye’ tot de oorspronkelijke moederkerk van Antiochië[1], waaruit de Syrische liturgie is ontstaan.

Antiochië was een patriarchaat en hoofdstad van de Romeinse provincie ‘Syrië’. Al de kerken uit deze Romeinse provincie Syrië, behoorden hieronder. Ook de Kerk van het Oosten, waarvan de hoofdzetel gevestigd was in zuid-Mesopotamië, behoorde gedurende de eerste 5 eeuwen na Christus tot dit patriarchaat.

Omwille dat Antiochië, als patriarchaat, geografisch in het gebied Syrië lag werd deze kerk en haar liturgie Syrisch genoemd en al de christenen die hiertoe behoorden Syriërs (Suraye). De taalbenamingen ‘Suryoyo’ en ‘Sureth’ zijn ook hiervan afgeleid.

Wanneer de christenen de term Suraye gebruiken verwijzen ze hiermee niet naar de inwoners van het land of gebied Syrië, maar eerder naar christenen behorende tot de Syrisch-Liturgische Kerken en vaak ook in algemene zin naar christenen.

Dit gegeven toont reeds aan dat de neo-Aramese benaming ‘Suraye’ vanuit een religieuze achtergrond is gegroeid en dus onmogelijk in verband kan worden gebracht met een etnische benaming.

Vandaag de dag gebruikt men deze term in westerse talen zelden om deze christenen als groep te benoemen, want dit veroorzaakt verwarring met de hedendaagse Syriërs (inwoners van Syrië). Omwille van deze verwarring wordt er voor deze christenen ook de term Syriac gebruikt, zodat men hun kan onderscheiden van de inwoners van het land Syrië. Deze christenen zelf gebruiken in hun moedertaal nog doorgaans de termen Suraye, Suryaye of Suryoyo.

Bovendien is deze theorie tegenstrijdig met de huidige term ‘Atoraye’. ‘Atoraye’ is de neo-Aramese term voor ‘Assyriërs’ en heeft al voor het Christendom een geografische betekenis gehad. Atoraye is afgeleid van Ator en betekende niets meer dan inwoner van Ator. Geografisch is dit altijd overeengekomen met de stad Mosul (Noord-Irak). Waar de Arabieren het Al-Mawsil noemden, noemden de Suraye dit ‘Ator’, omwille dat dit gelegen was nabij het oude Assyrië (dit wist men vanuit de Bijbel). Indien we deze theorie van verbastering mogen geloven dan zou men eerder van ‘Toraye’ moeten spreken dan van ‘Suraye’, wat duidelijk ook niet het geval is.

Geschiedenis geografisch Syrië en Assyrië

 

Indien ‘Suraye’ afgeleid is of sterker nog synoniem is van ‘Ashuraye’, dan zou het geografische ‘Syrië’ gelijk zijn aan het geografische ‘Assyrië’.

Laat dat nu net het absurde zijn van deze theorie, want met deze theorie besluiten we dat het land Syrië in oude tijden nooit heeft bestaan en men hiermee verwees naar ‘Assyrië’, want de “A” zou weggevallen zijn vanaf de 7e eeuw v.C.

Feit is dat het onmogelijk is om deze theorie aan te nemen, want er is doorheen de geschiedenis tegelijkertijd zowel sprake van Syrië als Assyrië, dat elk aparte wortels heeft qua benaming. Deze valse theorie spreekt niet alleen elke historische atlas tegen, maar ook het beroemde werk De Historiën van Herodotus[2], die gekend staat als de “vader van de geschiedenis”.

De 20e-eeuwse Assyrisch nationalisten hebben onterecht verwezen naar Herodotus als zou hij geen onderscheid hebben gemaakt tussen de termen ‘Syriërs’ en ‘Assyriërs’. Onderzoek wijst echter uit dat Herodotus deze twee termen bewust en consequent apart gebruikte van elkaar[3].

Geografisch komen deze gebieden ook niet overeen. Er is wel een periode geweest dat het gebied Syrië onder de macht van het Assyrische Rijk viel, maar dat was evengoed het geval met andere grootmachten zoals het Babylonische Rijk, het Perzische Rijk, het Romeinse Rijk etc.

Het land Syrië bestaat vandaag nog steeds als Syrië en omvat niet het oude ‘Assyrië’, dat zich in het hedendaagse Noord-Irak bevindt.

Bovendien is het opmerkelijk dat deze theorie doorheen de geschiedenis tot eind 19e eeuw door geen enkele historicus is geschreven geweest en er dus heden ook geen historische boeken of atlassen zijn die dit kunnen bevestigen.

Het is vanaf de 20e eeuw dat men deze theorie is beginnen gebruiken, niet toevallig de eeuw van het moderne Assyrische nationalisme[4].

 

De weggevallen “A” theorie

 

We hebben in dit artikel al gelezen waarom dat de christenen uit het Midden-Oosten zich ‘Suraye’ noemen en dat geografisch Syrië niet gelijk staat aan het geografisch oude ‘Assyrië.

Waarom dat deze valse theorie gebruikt werd is ook duidelijk, nu volgt er de vraag op welke manier men tot het idee is gekomen om deze theorie te gebruiken.

Aangezien Suraye een alom bekende term was onder de christenen uit het Midden-Oosten en men er enkel een ‘A’ moest voorzetten om de term Ashuraye te bekomen was het zeer aantrekkelijk voor de Assyrische nationalisten van de 20e eeuw om hiervoor een theorie te creëren.

Deze theorie kwam er op neer dat de oude Assyriërs de eerste letter ‘A’ van hun naam niet langer zouden uitspreken en het zo uitgesproken werd als Syriërs. Dit zou dan ook verklaren dat al de christenen die zich ‘Suraye’ noemen in feite afstammelingen zijn van de oude ‘Ashuraye’.

Men kon geen betere theorie uitvinden dan de deze om deze mensen te overtuigen van een etnische link met de  oude Assyriërs.

Hebben de oude Assyriërs werkelijk de ‘A’ laten wegvallen in hun uitspraak? In feite is dit nooit bewezen geweest en rust deze theorie op persoonlijke overtuigingen en ongefundeerde argumenten van een handvol schrijvers.

Opmerkelijk is dat dit allemaal schrijvers zijn wiens werken dateren in de 20e eeuw. De argumentatie die deze schrijvers gebruiken zijn niet volledig waarheidsgetrouw en tonen vaak aan dat men selectief te werk gaat in het gebruik van bronnen. Betreffende argumentatie wordt dan ook weerlegt door andere academici[5].

 

Taalkundige argumenten

 

De weggevallen “A” theorie probeert men kracht bij te zetten door taalkundige argumenten zoals hieronder omschreven.

De oude Assyriërs zouden in de 7e eeuw de gewoonte hebben gehad om toonloze klinkers en zelfs hele lettergrepen in het begin van een woord weg te laten. Dit zou verklaren dat de term ‘Assyrisch’ al in de 7e eeuw een kortere variant zou hebben, namelijk ‘Syrisch’[6]. Met andere woorden, al in de periode dat het Assyrische Rijk aan de macht was, zou men enkel nog spreken van Syriërs en niet meer van Assyriërs.

In geschreven Aramese teksten zou men dan de eerste letter ‘A’ met een teken erboven voorzien, opdat deze letter niet zou uitgesproken worden, waardoor men dit leest als Shuraya[7]. Het weglaten van de eerste klinker in een woord zou zelfs een wijdverspreid fenomeen zijn in vele talen[8].

Veel vragen, weinig antwoorden

 

De weggevallen “A” theorie brengt veel vragen met zich mee, waar men moeilijk antwoorden op kan vinden.

Het is merkwaardig hoe men kan beweren dat een ooit zo machtig volk als de Assyriërs de eerste letter van hun naam zouden weglaten om een onbekende reden.

Men kan zich vele bedenkingen maken. Waarom lieten ze de eerste letter van hun naam na zoveel eeuwen vallen? Was het plots te moeilijk om de letter A uit te spreken? Waarom liet men bij andere woorden beginnend met de letter A, deze letter niet weg of waarom enkel de letter A in dit geval?

Dit fenomeen noemt men ‘verbastering van een woord’, een verschijnsel waarbij een woord in de loop van de tijd sterk van vorm veranderd. Dit begint meestal onbewust in de gesproken taal en breidt zich uit naar de geschreven taal. Wanneer woorden verbasteren vergeet men de oorspronkelijke betekenis en ook de vorm van het woord.

Hoe komt het dan dat men zo’n belangrijke naam laat verbasteren. Assyriër is namelijk afgeleid van de god Assur, die de Assyriërs aanbaden. De naam van de centrale god laten verbasteren lijkt redelijk ongeloofwaardig en onwaarschijnlijk.

Stel nu dat de benaming Assyriër toch verbasterd is naar de benaming Syriër. Hoe komt het dat men de term ‘Syriër’ enkel gebruikte voor het westelijke deel van de Tigris (zie huidig Syrië op de kaart) en niet voor het oostelijke deel, terwijl hier toch wel het centrum van het vroegere Assyrië (Assur) was gevestigd?

Sterker nog, hebben de ‘Suraye’ (Syrische christenen) van vandaag plots het besef gekregen dat ze de letter “A” meer dan 2500 jaren zijn vergeten te gebruiken en al die tijd in de onwetendheid hebben geleefd dat ze eigenlijk ‘Ashuraye’ (Assyriërs) zijn? Waren deze voorouders 25 eeuwen lang onwetend en weten deze handvol schrijvers van de 20e en 21e eeuw het dan beter?

Als men al deze de tijd de term ‘Suraye’ gebruikt, waarom dienen we dit vandaag terug te veranderen naar ‘Ashuraye’, want tenslotte waren het de Assyriërs zelf die de eerste letter hadden weggelaten?

Deze schrijvers gebruiken ook vaak het argument dat de Grieken, die reeds in de 7e eeuw voor Christus met het Midden-Oosten in contact kwamen, de term Syrië gebruikte wetende dat dit de afkorting van de term ‘Assyrië’ was. Toch is het dan merkwaardig dat de Grieken zowel de term Syrië als Assyrië gebruikten en dan nog wel afzonderlijk van elkaar.

 

Samenvatting

 

Als we alles bekijken vanuit de juiste context dan merken we dat deze theorie een taalkundige theorie is. Met andere woorden een theorie die gebaseerd is op een wijziging in spelling en uitspraak.

We kunnen concluderen dat men deze taalkundige theorie in leven heeft geroepen in de 20e eeuw om een etnische verwantschap te tonen met een volk uit de oudheid, namelijk de Assyriërs.

Men gebruikt deze theorie ook enkel voor de Syrische christenen (Suraye) en niet voor de huidige Syriërs (inwoners land Syrië). Dit alleen is het bewijs dat men selectief te werk gaat en andere motieven heeft bij het gebruik van deze theorie.

Zelfs als de term Syrië afgeleid is van Assyrië dan betekent dit nog niet dat al deze inwoners afstammelingen zijn van de oude Assyriërs, want moesten er in Mesopotamië en omstreken alleen maar etnische Assyriërs hebben geleefd dan zou het Assyrische Rijk nooit ten onder zijn gegaan.

 

 

 

[1] Wilmshurst, D., The Martyred Church, A History of the Church of the East, East & West Publishing Ltd, Londen, 2011, 522 pagina’s. (zie hoofdstuk I en II)

[2] Herodotus, Historiën, Vertaling Dr. Onno Damsté, Uniboek-Het Spectrum, 1987, 571 pagina’s.

[3] Helm, R., Herodotus Histories VII.63 and the Geographical Connotations of the Toponym “Assyria’ in the Archaemenid Period”, paper gepresenteerd op de 190e bijeenkomst van de American Oriental Society, in San Francisco, April 1980.

[4] Jozeph, J., The Modern Assyrians in the Middle East, Encounters with Western Christian Missions, Archaeologists, and Colonial Powers, Brill, Leiden, Boston, Keulen, 2000, 291 pagina’s. (zie hoofdstuk I).

[5] Joseph, J., Assyria and Syria:Synonyms?, Journal of Assyrian Academic Studies, 1997;

[6] Parpola, S., National and Ethnic Identity in the Neo-Assyrian empire and Assyrian Identity in Post-Empire Times, Journal of Assyrian Academic Studies, 2004;

[7] Yildiz, E., The Assyrians: A Historical and Current Reality, Journal of Assyrian Academic Studies, 1999;

[8] Frye R.N., Assyria and Syria: Synonyms , Journal of Near Eastern Studies, 1992;

Assyrisch nationalisme

Inleiding

 

Het Assyrisch nationalisme[1] is een fenomeen dat gestart is vanaf de tweede helft van de 19e eeuw en dat gedurende de 20e eeuw een grote opmars heeft gekend.

Deze nationalistische beweging is het gevolg geweest van een streven naar een nationale bewustzijn voor de christenen in het Midden-Oosten. Het weder in gebruik nemen van de naam Assyriërs heeft echter voor veel discussie en verwarring gezorgd binnen de christelijke gemeenschappen in Mesopotamië.

De zaken die geleid hebben tot het opnieuw in gebruik nemen van deze historische benaming dienen in hun context bekeken te worden, rekening houdend met de historische omstandigheden gedurende deze periode.

Historische achtergrond weder ingebruikname Assyrische benaming

 

Vanaf de 15e eeuw n.C. werd voor de christenen van de Kerk van het Oosten (Eta d’Mèdenha) de nationale naam Chaldeeërs terug officieel in gebruik genomen. Een nationale benaming gelinkt aan de geografische locatie van de Kerk van het Oosten (zuid-Mesopotamië) en aan de Mesopotamische voorouders van deze christenen.

Merkwaardig is dat ze allemaal Chaldeeërs werden genoemd en om een onderscheid te maken werden de christenen die katholiek waren geworden Chaldeeërs of Chaldeeuwse Katholieken genoemd en zij die zich niet tot het katholicisme hadden bekeerd werden Chaldeeuwse Nestorianen genoemd[2].

Belangrijk om te weten is dat de Chaldeeuwse Nestorianen zichzelf ook als Chaldeeërs identificeerden. Van de benaming Assyriërs was er geen sprake.

Dit veranderde echter met de archeologische opgravingen van midden 19e eeuw in Mosul-Nineveh. De Brit Austin Henry Layard had een groot aandeel in deze opgravingen met het ontdekken van spectaculaire zaken vanuit de tijd van het Assyrische Rijk. De benaming Assyriërs werd hierdoor terug in leven geroepen. Austin Henry Layard spreekt in zijn boek Nineveh and its remains[3] dan ook uitsluitend over Chaldeans en Chaldean Nestorians, waarmee hij verwees naar de christenen van de Kerk van het Oosten, inclusief de niet-katholieke groep. Ook de 19e eeuwse ontdekkingsreiziger William Francis Ainsworth is in contact gekomen met de christenen van de Kerk van het Oosten en hij gebruikt in zijn boek uitsluitend de benaming Chaldeeërs om naar deze christenen te verwijzen[4].

Deze bronnen op zich tonen reeds aan dat er nog geen sprake was van de term Assyriërs en dat de archeologische missie van Henry Layard het feitelijke begin was van het Assyrisch nationalisme.

De missies van de Kerk van Engeland[5] hadden ook een grote invloed op het weder in gebruik nemen van deze historische benaming. Zij noemden hun missies naar de Chaldeeuwse Nestorianen ‘missie naar de Assyrische christenen’, waarbij Assyrisch op de geografische ligging slaagt (vroegere Assyrië).

Initieel werd deze benaming gebruikt voor de christenen in het gebied Mosul-Nineveh, maar mede dankzij de invloed en propaganda van de Kerk van Engeland[6] hebben de Chaldeeuwse Nestorianen de benaming Assyrisch aangenomen en verloor de naam Chaldeeuws gaandeweg haar nationaal karakter en bleef men deze benaming enkel verder gebruiken voor de Chaldeeuwse Katholieken.

 

Streven naar nationale bewustzijn

 

Het gevolg van het weder in gebruik nemen van de benaming Assyriërs heeft echter geleid tot een nationalistische campagne waarbij ‘Assyrische’ christenen hebben gestreefd om de benaming Assyriërs te gebruiken als verzamelnaam voor al de oosterse christenen behorende tot de Syrisch-liturgische Kerken. De Assyrische christenen werden als het ware christelijke Assyriërs.

Dit deden ze om al deze christenen te overtuigen van een Assyrische identiteit, waarbij ze de etnische link wilden bewijzen met de Assyriërs van het oude Assyrische Rijk. Aanzienlijk veel Mesopotamische christenen (voornamelijk de Chaldeeuwse Nestorianen) zijn dan ook overtuigd geraakt van deze valse theorie.

Dit Assyrisch nationalisme is gepaard gegaan met een agressieve propaganda waarbij historische bronnen gemanipuleerd en historische feiten uitgevonden werden[7].

Allerhande theorieën werden de wereld ingestuurd om deze propaganda kracht bij te zetten zoals de veel gebruikte theorie die ons vertelt dat de benaming ‘Suraye’ oorspronkelijk komt van Ashuraye, waarbij de ‘A’ meer dan 2500 jaren niet meer zou uitgesproken zijn geweest.

Zo beweren de Assyrische nationalisten ook dat Chaldeeërs of Arameeërs etnische Assyriërs zijn en louter Chaldeeuws of Aramees op religieus gebied.

Ook de archeologische ontdekkingen in Nineveh (Irak) van Austen Henry Layard zouden op zich al bewijzen dat al de Mesopotamische christenen etnische Assyriërs zijn.

Los van het feit dat deze theorieën vals zijn en het gevolg zijn van gemanipuleerde geschiedenis kunnen we ook concluderen dat men deze valse theorieën creëert met een groot gebrek aan respect voor historische gebeurtenissen en volksidentiteiten.

De gevolgen van dit Assyrisch nationalisme voelen we vandaag in de 21e eeuw nog in de vorm van een namenconflict en de discussies als gevolg hiervan hebben mensen en gemeenschappen uit het oosterse christendom uit elkaar gedreven.

 

 

 

[1] Frahm, E., A companion to Assyria, chapter 32: Assyrian Christians (by Butts Michael Aaron), John Wiley & Sons Ltd, Yale University, New Haven, US , 2017.

[2] Jozeph, J., The Modern Assyrians in the Middle East, Encounters with Western Christian Missions, Archaeologists, and Colonial Powers, Brill, Leiden, Boston, Keulen, 2000, 291 pagina’s.

[3] Layard, A.H., Nineveh and its remains, The gripping journals of the man who discovered the buried Assyrian cities, Skyhorse Publishing, New York, 2013, 528 pagina’s (origineel gepubliceerd door John Murray (Londen) in 1849).

[4] Ainsworth, W.F., Travels and researchers in Asia Minor, Mesopotamia, Chaldea and Armenia, John W. Parker, West Strand, Londen, 1842, 364 pagina’s.

[5] Coakley, J.F., The Church of the East and the Church of England, A History of the Archbishop of Canterbury’s Assyrian Mission, Clarendon Press, Oxford, 1992, 432 pagina’s.

[6] Wigram, W.A., The Assyrians and their Neighbours, G.Bell & Sons, Londen, 1929, 247 pagina’s.

[7] Wilmshurst, D., The Martyred Church, A History of the Church of the East, East & West Publishing Ltd, Londen, 2011, 522 pagina’s. Zie pagina 413-416 ‘The Assyrian Identity’